12 januari 2020  Het JsK Clubtoernooi

Judo- termen en gebaren

  • Hajime – betekent ‘begin’; de scheidsrechter roept dit bij de start van een wedstrijd of als je even stoppen moest.
  • Matte – betekent ‘stop’; de scheidsrechter zal dit roepen als je bijvoorbeeld buiten de mat komt of als hij vindt dat je te weinig aanvalt.  afgelopen.
  • Sore-made – zal de scheidsrechter roepen als de wedstrijd is
  • Osae-komi – roept de scheidsrechter als je iemand in een houdgreep hebt gepakt; zo lang mogelijk vasthouden, want dat levert punten op !!! Pas loslaten als de scheidsrechter duidelijk aangeeft dat je jouw tegenstander lang genoeg hebt vastgehouden.
  • Toketa – betekent ‘houdgreep verbroken’ en is wat de scheidsrechter roept als iemand is losgekomen uit een houdgreep.
  • Kleding in orde maken; de scheidsrechter kruist zijn armen voor zijn buik als je judo-pak (judogi) of je band (obi) los is. Je maakt dan je kleding weer in orde.
  • Waza-ari; Dit krijg je als je tegenstander op de grond hebt geworpen (bijna helemaal op zijn rug), of als je je tegenstander 10-19 seconden in een houdgreep weet te houden.
  • Ippon; is de hoogste score
    Die krijg je als je je tegenstander nog beter werpt dan bij een waza-ari (op zijn/haar zij of rug), als je tegenstander opgeeft door af te kloppen of als jij je tegenstander 20 seconden in een houdgreep vasthoudt.